Chocoladefudge met pistache en cranberries

fudgeAls je een beetje regelmatige bezoeker bent van Een potje koken, dan is het je wellicht opgevallen dat er hier eigenlijk nooit gebakken wordt. Ik houd er niet van. Het is me veel te precies. Liever smijt ik gewoon wat dingen bij elkaar en kook ik op gevoel en smaak. Met bakken kan dat niet, en moet je meten en wegen. Daarnaast heb ik geen goede oven, waardoor het resultaat ook vaak niet is wat ik in gedachten had. Dit is dus het eerste zoete gerecht op deze blog. En dat vieren we met fudge!

Naast mijn allergrootste hobby, koken dus, rijd ik ook paard. Iedere zaterdag een les van een uur. En één keer per maand, op zondag, ga ik carrouselrijden. Na het carrouselrijden zijn iedere maand twee deelnemers aan de beurt om iets te maken of bakken voor bij de koffie na de les. Ook ik moest er dus aan geloven. Ik koos voor iets dat gemakkelijk te maken is, en niet gebakken hoeft te worden. Deze fudge is gebaseerd op een recept van Nigella, waar ik mijn eigen twist aan gaf. Dit kan dus echt iedereen maken, en het kan niet mislukken. Bovendien heb je er maar 5 ingrediënten voor nodig. Easy!

Voor ongeveer 24 blokjes fudge:

  • 1 blikje gecondenseerde melk
  • 350 gram pure chocolade, in stukjes gehakt
  • 2 eetlepels boter
  • 100 gram pistachenoten, grof gehakt
  • 50 gram gedroogde cranberries
  • extra nodig: een bakblik (de mijne is 25 x 18 cm) bekleed met bakpapier

Aan de slag:

Doe de gecondenseerde melk, chocolade en de boter in een pannetje en laat op laag vuur smelten. Roer af en toe door tot alle chocolade gesmolten is en alles goed gemengd is.
Zet het vuur uit en voeg de pistachenoten en cranberries eraan toe. Roer weer even goed door elkaar.
Verdeel het mengsel over het bakblik en strijk het even glad met een spatel of de achterkant van een lepel.
Zet het 3 uur in de koelkast om hard te worden.
Haal het blok fudge uit het bakblik en snijd in stukjes, zo groot als je ze wilt hebben.
Bewaar in de koelkast zodat je fudge mooi stevig blijft.

Enjoy!

Facebooktwitterinstagram

Gewokte spruitjes met ketjapsaus

spruitjes_spek_ketjapsausSpruitjes. De meningen zijn erover verdeeld. Sterker nog, mijn mening erover is ook verdeeld. Tot pak hem beet mijn 35e dacht ik dat ik ze niet lustte. Dat veranderde toen ik ze anders ging klaarmaken dan gekookt met een snufje nootmuskaat. Voor Vegatopia maakte ik al eens een salade met rauwe spruitjes en Leidse kaas. En hier op eenpotjekoken.nl vind je een heuse spruitjesrisotto. Je begrijpt het al, inmiddels vind ik ze heerlijk!

In dit recept combineer ik de licht bittere spruitjes met pittigheid van sambal en de hartige, zoute smaken van spek en ketjap manis. Niet het meest fotogenieke gerecht, maar geloof me, het is echt ontzettend lekker. Kies wat sambal betreft voor de variant die jij lekker vindt.

Dit heb je nodig voor 1 persoon:

  • 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 150 gram spruitjes, schoongemaakt en in kwarten
  • 1/2 sjalot, gesnipperd
  • 1 teen knoflook, gesnipperd
  • 50 gram spekblokjes
  • 100 gram kastanjechampignons, in plakjes
  • 1 theelepel sambal
  • 2 eetlepels ketjap manis

Aan de slag:

Verhit de olie in een wok op hoog vuur en voeg de spruitjes toe. Roerbak deze ongeveer 3 minuten tot ze bruin beginnen te worden.
Doe nu de sjalot, knoflook en spekblokjes erbij, en 2 minuten later de kastanjechampignons. Bak het geheel nog 3 minuten, en blijf roeren.
Voeg de sambal en ketjap toe en zet het vuur laag. Roer goed door elkaar en laat nog 2 minuten zachtjes bakken.

Lekker met rijst of noedels. Enjoy!

 

Facebooktwitterinstagram

Sperziebonen in pittige saus

pittigeboontjesLaatst kookte ik voor mijn zusje, een Maleisische kipcurry uit een nieuw kookboek. Over dat boek vertel ik jullie een andere keer, want die curry was erg lekker. Als bijgerecht flanste ik even snel deze boontjes in elkaar. En die waren wel zo ontzettend goed gelukt! We vonden ze misschien nog wel lekkerder dan die curry. Het scheelde weinig of we hadden de pan uitgelikt. Daarom maakte ik ze opnieuw, en dit keer schreef ik het recept voor jullie op.

In dit recept gebruik ik santen, dat is kokoscrème. Handig om in huis te hebben als je vaak voor één persoon kookt, want je kunt het lang bewaren. Je koopt het gewoon bij de supermarkt of bij de toko, en eenmaal aangebroken bewaar je het in de koelkast. Mocht je het niet kunnen vinden, gebruik dan 75 milliliter kokosmelk in plaats van de santen.

Dit heb je nodig voor 1 persoon:

  • 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 1 kleine sjalot, gesnipperd
  • 1 flinke teen knoflook, fijngehakt of geperst
  • 1 theelepel geraspte gember
  • 1 theelepel citroengraspuree (uit een potje)
  • 1/2 theelepel trassi (laat dit weg voor een vegetarische versie)
  • 2 theelepels sambal, zo pittig als je lekker vindt
  • 1/2 eetlepel ketjap manis
  • 1 maggiblokje
  • 1 eetlepel tomatenpuree
  • 200 gram tomatenblokjes (vers of uit blik)
  • 150 milliliter water
  • 150 gram sperziebonen, schoongemaakt en doormidden gesneden
  • 25 gram santen

Aan de slag:

Verwarm de olie in een wok, en fruit hierin de sjalot totdat die glazig wordt.
Voeg knoflook, gember, citroengraspuree, trassi, sambal, ketjap, het maggiblokje en de tomatenpuree toe en bak dit een minuut mee. Roer ondertussen goed.
Doe nu de tomatenblokjes, het water en de sperziebonen erbij. Roer goed door elkaar, breng aan de kook en zet het vuur laag. Laat dit een kwartier pruttelen.
Voeg de santen toe, en roer totdat dit in de saus gesmolten is. Laat dit nog 5 minuten pruttelen.

Lekker met rijst en bijvoorbeeld mijn zoetzure groenten en hete kip.

Enjoy!

Facebooktwitterinstagram

Nieuw kookboek: Sirocco

siroccoSabrina Ghayour vind ik een vreselijk leuke vrouw. Haar berichten op social media lezen alsof je met een vriendin kletst. Ze deelt grappige foto’s van haar snackattacks en van zichzelf zonder make-up in pyama op de bank met een zak chips. Een heerlijk nuchter type. Als je liefhebber bent van de Midden-Oosterse keuken, dan ken je haar wellicht van haar eerdere boek Persiana. Een heel fijn boek, dat ik regelmatig uit de kast pak voor inspiratie.

In september kwam haar nieuwe boek Sirocco uit. Een opvallende verschijning met hysterische kleurrijke kaft. Ook dit keer weer een boek vol stevige smaken en recepten die goed te maken zijn. Helemaal in mijn straatje.

Het leuke van Sabrina’s gerechten is dat ze niet zo moeilijk doet. De ingrediënten die ze gebruikt zijn goed verkrijgbaar, de bereidingswijzen zijn eenvoudig. Iedereen kan koken met dit boek. Het begint met een kort voorwoord, gevolgd door een rondleiding in haar voorraadkast. De meeste specerijen en smaakmakers had ik al in mijn keuken staan, maar ik snap wel dat ik ruimschoots meer in huis heb dan de meeste mensen. Een bezoekje aan de Turkse of Marokkaanse super zal hierbij wonderen doen, en heb je eenmaal pul biber en za’atar in huis, dan zul je het vaker willen gebruiken. Het meeste is overigens ook gewoon bij de grotere supermarkt te koop.

Hierna volgen de hoofdstukken met recepten. Van ontbijt tot diner, van tussendoortje tot gebak, alles vind je erin terug. Wil je simpel beginnen? Probeer dan bijvoorbeeld de in wijnbladeren gebakken feta, of de linzensalade met kappertjes en rode ui. Liever lekker uitgebreid aan de slag? Met de Fish & chips op Midden-Oosterse wijze, gegrilde octopus met ahorn-harissadressing en pistachenoten of langzaam gegaard buikspek kun je los gaan in de keuken. Je kunt er voor kiezen om een aantal verschillende kleine gerechten te maken en de tafel vol te zetten, of je maakt een mooi groots hoofdgerecht. Er is vegetarisch lekkers, en een ruime hoeveelheid recepten met vlees of vis. Kortom, voor ieder wat wils.

De uitleg bij de recepten is duidelijk en prima te volgen. De foto’s zijn kleurrijk en ademen de sfeer van het Midden-Oosten. Een waardig opvolger van Persiana, misschien nog wel mooier zelfs. Hoewel je ze eigenlijk gewoon allebei zou moeten hebben. Er bestaat immers niet zoiets als teveel kookboeken…

Mijn conclusie: als je van Midden-Oosterse smaken houdt, en daar graag in de keuken mee aan de slag wilt, dan is dit een geweldige start. Heerlijke, duidelijke recepten die echt iedereen kan maken en waar je je vingers bij aflikt.

Sirocco – Sabrina Ghayour
€ 24,95
ISBN 978-94-6143-153-0

Facebooktwitterinstagram

Hartig taartje met aubergine en geitenkaas

quicheauberginegeitenkaasOoit was ik een schattig klein meisje. En lustte ik bijna niets. Zou je nu allebei niet meer zeggen…. Ik lustte ook geen taart. Geen enkele. Zelfs geen cheesecake, chocoladetaart of carrot cake. Raar kind was ik eigenlijk. Wanneer ik jarig was, maakte mijn moeder op mijn verzoek altijd een quiche lorraine. Had ik toch ook mijn taart.

Inmiddels is dat gelukkig wel veranderd. Nu maakt mijn zusje speciaal voor mij op mijn verjaardag een klassieke New York cheesecake. Lucky me! Mag ze overigens niets geks mee doen. Geen twist, geen toevoegingen, maar gewoon zoals hij hoort. Want zo vind ik hem het lekkerst.

Ik ben nog steeds gek op hartige taart. En ook dat kun je prima in een kleine versie maken. Zoals deze met aubergine en geitenkaas. In dit recept gebruik ik cottage cheese in plaats van room. Dat maakt het taartje net iets minder zwaar.

Dit heb je nodig voor 1 persoon:

  • 1 eetlepel olie
  • 1/2 aubergine, in blokjes van 1 x 1 centimeter
  • 8 zongedroogde tomaatjes, in reepjes
  • 1 ei
  • 1 theelepel gedroogde tijm
  • 4 eetlepels cottage cheese
  • peper en zout
  • 2 plakjes bladerdeeg
  • 30 gram zachte geitenkaas

Aan de slag:

Verwarm de olie in een ruime pan en bak hierin de aubergine 5 minuten, terwijl je regelmatig roert. Schep uit de pan op wat keukenpapier en laat een beetje afkoelen.
Meng in een kom de aubergine, tomaat, ei, tijm, cottage cheese en peper en zout door elkaar.
Bekleed een kleine springvorm met het bladerdeeg. Ik snijd hiervoor uit 1 plakje een rondje zo groot als de bodem. Het andere plakje snijd ik in 3 gelijke repen, waarmee ik de rand bekleed.
Schep de vulling in de vorm en verdeel de geitenkaas er overheen.
Bak het taartje 30 minuten in de oven, en laat daarna nog 10 minuten afkoelen. Hij wordt daardoor ook iets steviger.

Dit hartige taartje is zowel warm als koud lekker, met eventueel een salade erbij.

Enjoy!

 

Facebooktwitterinstagram

Noedelsoep

noedelsoepSoms, als ik bij de toko ben, neem ik van die instant noedelsoepjes mee. Ik  maak zoveel mogelijk zelf, maar die soepjes vind ik af en toe zo lekker. Past eigenlijk helemaal niet bij mij, want ik gruwel verder van pakjes en zakjes. Een guilty pleasure zal ik het niet noemen, want ik heb een hekel aan die uitdrukking. Eten is niet bedoeld om je schuldig over te voelen, dat doet af aan het pleasure gedeelte.

Uiteraard kun je zo’n soepje ook heel makkelijk zelf maken. En dan liefst ook nog met wat voedzame ingrediënten erin, zoals groente. Hier kun je eindeloos mee variëren. Probeer het bijvoorbeeld eens met wat gare reepjes kip die je over hebt. Of met een hardgekookt ei, taugé, wortel, radijs of komkommer. Nou ja, je snapt het idee wel.

Dit heb je nodig voor 1 persoon:

  • 1/2 kippenbouillonblokje (of neem groentebouillon voor een vegetarische variant)
  • 300 milliliter water
  • 1 theelepel geraspte gember
  • 1 kleine teen knoflook, geraspt
  • 1/2 eetlepel vissaus
  • 1 eetlepel sojasaus
  • 75 gram (udon)noedels
  • 50 gram peultjes, in reepjes gesneden
  • 50 gram paprika, in reepjes gesneden
  • 50 gram shiitake, in plakjes
  • 1 bosui, in dunne ringen
  • 1 theelepel chiliolie (optioneel)

Aan de slag:

Doe het bouillonblokje samen met het water, de gember, knoflook, vissaus en sojasaus in een steelpan en breng het aan de kook.
Voeg de noedels toe en kook 10 minuten (of zo lang als op de verpakking van de noedels staat).
Doe 2 minuten voor het einde van de kooktijd de peultjes, paprika en shiitake erbij.
Schep alles in een kom en garneer met de bosui en eventueel de chiliolie.

Enjoy!

Facebooktwitterinstagram

Pizza voor één

img_3158Vorige maand schafte ik een ferrari aan. Ja, echt. Nee, ik heb niet de lotto gewonnen en  ik heb ook geen rijke vent aan de haak geslagen. Ik heb het over een pizzaoven. Van het merk ferrari. En dat is een fijn ding hoor. Er zit een pizzasteen in die wordt verwarmd tot ongeveer 400 graden, zodat je van die  mooie pizza’s kunt bakken met blazen in het deeg. Net alsof je bij de Italiaan zit, echt. En in 4 minuten klaar.

Dan moet je wel eerst even deeg maken natuurlijk. Want diepvriespizza’s komen hier het huis niet in. Als ik dan een keertje pizza eet, dan moet ie ook echt lekker zijn. De meeste recepten die je op internet kunt vinden, zijn voor enorme hoeveelheden deeg. En dat is niet zo handig als je pizza voor één wilt maken. Daarom deel ik met jullie mijn recept voor pizzadeeg. Maak het deeg de avond van tevoren, dan kun je rekenen op een perfecte pizza.

Dit heb je nodig voor 1 persoon:

  • 125 gram bloem voor pizza, plus wat extra voor het bestuiven
  • 70 milliliter lauw water
  • 1 theelepel droge gist (ongeveer de helft van zo’n klein zakje)
  • 1/2 eetlepel olijfolie
  • snuf zout

Aan de slag:

Meng in een grote kom de bloem met het water, de gist en de olie. Kneed even door en voeg dan het zout toe. Als je het zout meteen toevoegt, gaat het gist dood en zal je deeg niet goed meer rijzen.
Bestuif je aanrecht met wat bloem, haal het deeg uit de kom en kneed het deeg daarna nog een minuut of 10 stevig door.
Leg het deeg terug in de kom, dek af met plasticfolie of een theedoek en zet het een uur weg op een warme plek.
Kneed na een uur het deeg nog even kort door, leg het terug in de kom, dek weer af en zet de kom in de koelkast tot de volgende dag.

Je deeg is nu klaar om te beleggen met wat je maar lekker vindt. Ik gebruik vaak passata met wat geperste knoflook en gedroogde oregano als saus, en beleg hem dan met pepertjes, salami en lekker veel kaas. Mocht je de pizzaoven van ferrari hebben, dan bak je de pizza 4 minuten op stand 2,5. Anders is meestal een kwartier in een hete oven genoeg.

Enjoy!

Facebooktwitterinstagram

Nieuw kookboek: Sauzen en smaakmakers

sauzen-en-smaakmakersDat ik een wat ziekelijke verzamelwoede heb als het om kookboeken gaat, was denk ik al duidelijk. Daarnaast vind ik het ontzettend leuk om allerlei dingen die je normaal in de winkel koopt zelf te maken. Als er dus een kookboek uitkomt vol met dat soort recepten, dan kan ik mijn verslaving niet in bedwang houden. Dat boek moest er komen, en wel meteen.

Sauzen en smaakmakers is een kookboek met recepten voor, de titel zegt het al, allerlei soorten sauzen, condimenten en kruidenmengsels. Mijn handen beginnen te jeuken als ik er doorheen blader. Al heb ik veel kookboeken, ik kook er eigenlijk niet vaak uit. Ik kan me namelijk niet goed aan recepten houden. Ik pak ze wel regelmatig uit de kast voor inspiratie, en ze liggen zelfs op mijn nachtkastje. Dit boek is een uitzondering. Deze recepten wil ik maken.

In het boek vindt je verschillende soorten mosterd, ketchup, mayonaise, chilisauzen (joepie!), milde sauzen, azijn, tafelzuur en kruiden- en specerijenmengsels. Daarbij horen de gangbare recepten zoals zoete chilisaus, tomatenketchup en mosterd. Maar er zijn ook bijzondere bij die ik normaal uit de toko haal, denk bijvoorbeeld aan hoisinsaus, chilibonenpasta, sojasaus van paddenstoelen en diverse soorten hotsauce. En dat is naar mijn mening het leuke aan dit boek. Het gaat net iets verder dan de gewone smaakmakers.

De foto’s zijn eenvoudig maar mooi, en de vormgeving is strak. De teksten van de recepten zijn duidelijk en goed te volgen. Het is allemaal niet moeilijk, hoewel je voor sommige ingrediënten wel even op zoek moet. Ik ben er bijvoorbeeld nog niet achter waar ik azijn met een zuurpercentage van 12% kan kopen. Ja, in Zweden, maar daar was ik nou juist vóórdat ik dit boek onder ogen kreeg. Dat mag de pret echter niet drukken, ik vervang die gewoon heel eigenwijs door inmaakazijn.

Inmiddels ben ik al met twee recepten aan de slag gegaan. Ik maakte eerst de met sojasaus ingemaakte paddenstoelen. Heel simpel, heel lekker. En vanmiddag heb ik fase 1 van de Amerikaanse hotsauce klaargezet. Die moet nu 6 weken staan, dus het resultaat laat nog even op zich wachten. Ik wil verder zeker nog de sojasaus, hoisinsaus en de ssäm barbecuesaus maken. En eigenlijk nog veel meer.
img_3628Mijn conclusie: echt een ontzettend leuk boek voor iedereen die houdt van zelf maken. Veel recepten, originele ook, en dat voor een heel fijn prijsje.

Sauzen en smaakmakers – Caroline Dafgård Widnersson
€ 17,50
ISBN 978-94-9143-154-7

 

Facebooktwitterinstagram

Een wild weekend in Zweden

20160909_133141370_iosAfgelopen weekend was ik in Zweden. En dan niet op een stedentripje of wandelvakantie. Nee, ik was samen met nog 6 anderen mee met meneer Wateetons voor zijn wilde weekend. Ik kan je vertellen, dat was één groot feest. Een 4 dagen durend nogal carnivoor feest.

Vrijdagochtend vroeg vlogen we naar Oslo, waar we werden opgehaald door Johan, de eigenaar van Edsleskogs Wardshus. De eerste stop was een bijzondere delicatessenwinkel in Oslo. De vleeshemel zou je kunnen zeggen. Een enorm assortiment worst, hammen, gedroogde en/of gefermenteerde vlees en vis, en bijzondere kazen. De overenthousiaste eigenaar vertelde er, in gebrekkig Engels, maar wat graag over. We proefden er verschillende hammen en worstsoorten, en ook nog een heel gek bruin uitziend kaasje dat naar karamel smaakte.
20160909_083609649_iosNa deze stop reed Johan ons naar de eindbestemming, Zweden. Heel even konden we onze kamers bekijken en de koffers droppen. Daarna gingen we meteen weer op pad en haalden we bij een jager in de omgeving een damhert op, dat voor ons was geschoten. Dat hert moest vervolgens ontweid (ingewanden verwijderd) worden en gevild. Ja, dat is best een heftig gezicht. En er was niemand in onze groep die er niet even van onder de indruk was.
20160910_073351262_iosHet ontweiden en villen van het hert deden we zelf, en het gebeurde met heel veel respect. Dit dier heeft zijn leven gegeven voor ons. Ik heb daar wel vaker bewust bij stilgestaan, maar nooit zoals nu. Deze ervaring maakt het nog veel belangrijker voor me om vlees te eten waarvan ik weet waar het vandaan is gekomen. Dit hert heeft een fijn leven gehad in de prachtige bossen van Zweden. Dat geldt niet voor de plofkip die je in een plastic bakje bij de supermarkt koopt.

We hebben het hert opgehangen om te drogen, en kregen daarna een geweldige maaltijd van Johan voorgeschoteld. Er was onder andere gerookt rendiervlees en een bladerdeeghapje met pulled moose. Erg lekker allemaal. ’s Avonds werd er door de mannen whisky geproefd.
20160909_170420353_iosDag 2 stond in het teken van het verwerken van het hertenvlees. We beenden het dier uit, en gingen er vervolgens mee aan de slag. We maakten gedroogde en verse worst, rendang van hert, bouillon en bijgerechten als koolsla en hasselback aardappelen. De lunch bestond uit hertenhaas en hart van de tundra grill. Feestmaaltijden, gevolgd door een kort bezoek aan het dorp en wat drankjes bij het vuur.
20160910_104047667_ios 20160910_141431751_ios

Op zondag begonnen we de dag met een flinke wandeling door de Zweedse bossen.  Daarna gaf meneer Wateetons een workshop drank maken. We gingen aan de slag met appelcider, bier en destilleerden alcohol die we vervolgens op smaak maakten met citroen en houtsnippers. Als lunch en avondeten was er natuurlijk weer vlees, vlees en nog een beetje vlees. Er was o.a. ragú van hert met verse pasta, venkel uit de oven, zoetzure komkommer, gebakken aardappeltjes, gerookt hertenvlees, worst en nog een restje rendang en koolsalade.
20160910_101003915_ios

Meneer Wateetons stelde ons zondagavond voor om maandagochtend vroeg te gaan elandspotten. En met vroeg bedoel ik een uur of 5. Best pittig na de rondjes bier en wijn van de avond ervoor, maar bijna de hele groep was present. We hebben een uur of 2 rondgereden zonder elanden in zicht. Wel zagen we reeën, dassen en een paar heel spannende doodlopende smalle bospaadjes, waar het busje dus alleen achteruit weer uit kon. Op de terugweg, een paar honderd meter van het Wardshus zagen we dan toch nog onze elanden. Een moeder met twee kleintjes zelfs. Gaaf!

Na het ontbijt opende meneer Wateetons een blik surströmming. Klik maar even op de link als je wilt weten wat dat is. Volgens meneer was dit een vrij milde variant, maar de geur was afgrijselijk. Ik moet bekennen dat ik het niet heb geproefd. De geur was me echt te erg.
20160912_072106670_iosHierna bezochten we nog een meer iets verderop, waar we wandelden, visten en nog wat laatste worstjes op de barbecue gooiden. En toen was het tijd om weer naar huis te gaan.

Dit wilde weekend in Zweden wordt ieder jaar georganiseerd door meneer Wateetons. Vind je het net zoals ik leuk om alle aspecten van koken mee te maken? Heb je de traditionele kookworkshops wel gezien en heb je zin in het ruigere werk? Wil je met respect een dier van kop tot staart verwerken, zonder verspilling? En als bonus nog een heel gezellig weekend hebben op een prachtige locatie in Zweden? Dan zeg ik: GAAN! Ik vond het echt te gek20160909_133526883_ios.20160911_183930337_ios

Facebooktwitterinstagram

Makreelsalade

makreelsaladeVroeger aten wij op zaterdag thuis altijd brood als avondeten. Ik was dol op twee soorten beleg: zure haring en gerookte makreel. En dan bij voorkeur op vers wit brood. Die haring, daar at ik zo een hele pot van leeg. Kan ik me nu niet meer voorstellen, ik vind het echt niet meer lekker.

Wel ben ik nog steeds dol op makreel. Heel erg lekker in een salade met oosterse dressing, op brood of in deze licht pittige makreelsalade. Deze supersimpele salade doet het goed als broodbeleg, maar is ook heel geschikt voor bij de borrel op een toastje of stokbroodje.

Voor een bakje makreelsalade:

  • 1 gerookte makreelfilet van ongeveer 100 gram
  • 1 eetlepel mayonaise
  • 1 theelepel sambal (welke je maar wilt)
  • 1 kleine sjalot, gesnipperd
  • 1 augurk, in kleine blokjes
  • peper en zout

Aan de slag:

Tja, hoe simpel wil je het hebben. Roer alle ingrediënten in een bakje door elkaar. That’s all!

Enjoy!

Facebooktwitterinstagram